Verdwenen wapenborden

Tot 1797 hingen er vele rouwborden aan de muren in de Grote of Barbarakerk. Zij hielden de herinnering levend aan overleden voorouders. Veelal waren dat voorname burgers die het goed konden betalen. Het ophangen van een bord kostte 12 gulden. Duurder was het zogenaamde ‘posen’, het overluiden van de doden. Doorgaans een uur lang, soms meer. Daar betaalde je dan 24 gulden voor.

Interieur van de Sint-Bavokerk te Haarlem

Interieur van de Sint-Bavokerk te Haarlem.
Gewassen tekening door Vincent Jansz. van der Vinne, 1789. Noord-Hollands Archief, code 53-000433.

Rouw- of memorieborden waren er in soorten en maten. Sommige waren klein en ruitvormig. Zo’n bord, met familiewapen en sterfdatum, hing men boven de voordeur van het sterfhuis, en werd daarna in de rouwstoet meegedragen. Statiger zijn de grote gebeeldhouwde borden, met aan weerszijden de vaderlijke en moederlijke kwartieren: dikwijls vier (van de grootouders), soms acht (van de overgrootouders) en af en toe 16 (van de betovergrootouders), tot vier generaties terug maar liefst.

Het onderstaande artikel verscheen begin 1996 in de dikke Voetnoot ‘Van Culen tot Pichegru’, nr. 15/16. Kees van Hattem († 1995) gaf de eerste aanzet en ik heb het destijds met verdere gegevens over de rouwborden aangevuld. De tekst is hier en daar wat verder aangepunt en van nieuw beeldmateriaal voorzien.


 

Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap

Vrijheidsboom op Burgerplein te Amsterdam, 1795

Vrijheidsboom op Burgerplein te Amsterdam, 1795.
Detail van een met de hand gekleurde ets. Rijksmuseum RP-P-OB-86.460.

Het is koud, vreselijk koud. De rivieren zitten dicht. Het is 12 januari 1795, tussen één en twee uur. De eerste troepen van het revolutionaire Franse leger trekken zonder slag of stoot de stad binnen. Door de Zandpoort komen ze, terwijl in galop de laatste posten van de Engelse achterhoede de stad verlaten.
Wordt in hetzelfde tempo nu ook de oude, nog door de graaf benoemde stadsregering vervangen door een bestuur dat door de burgers gekozen is? ‘Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap’ is immers de leus!
Nee, het duurde nog wel even voordat een kleine groep burgers genoeg moed verzameld had om de ‘regenten’ opzij te schuiven, en de weg vrij te maken naar een bestuur van ‘burgers’.
Ook de Franse troepen lieten de oude regering aanvankelijk ongemoeid. Er moest een Vrijheidsboom geplant zijn, voordat de burgers echt moed kregen. Treffend is de omschrijving die de Culemborgse patriot dr. Everard van Driel hiervan gaf: uit het groepje mensen dat het initiatief had genomen om de boom te planten,

‘ontsproot eene societeit, uit de societeit een omwentelingsgenootschap, uit het omwentelingsgenootschap de verandering der oude regeringskameren in eene nieuwe municipaliteit’. [1]

De Vrijheidsboom plantte men op de Markt, op 26 januari; de afzetting van het oude stadsbestuur ‘uit naam van de weldenkende en patriotsche burgers deezer stad’ volgde ruim twee weken later, op 12 februari. De macht was nu aan de ‘provisionele representanten’. De verkiezing van ‘een vaste municipaliteit’ vond op 30 juli plaats. De stemgerechtigde burgers kwamen er die dag ‘te XII uuren in de groote of St. Barbarakerk’ voor bijeen. [2] Zij kozen tien leden en een ‘maire’; hij was de ‘openbare aanklager’. Vroeger was dit de schout geweest.

 

Het Decreet

De meeste leden van het nieuwe burgerlijke bestuur hadden vóór 1795 nog niet veel van de bestuurlijke kaas gegeten. We laten ze eerst maar eens twee jaartjes ervaring opdoen. Op de vergadering van 31 maart 1797 [3] komen we ze weer tegen.
Ze zijn bijna allen aanwezig: de voorzitter bij toerbeurt, Johannes Hakkert; hij is leerlooier van beroep; Jan Hendrik Jacquier, proefmeester op de geweerfabriek; de rector van de Latijnse School Everard van Driel; Anthony van Munster, een kastelijn; bakker Dirk Rademaker; Gijsbert van der Leeuw, een wolkammer [4]; bierbrouwer Jan Mom; Jan Gerrit Kramer, en Bastiaan van Kleeff, de beide laatsten kooplieden.
Uiteraard is ook de secretaris, Hendrik Jan van Haeften, present. Alleen de kleermaker Jan van Brenkel is er deze keer niet bij.

Er is een volle agenda; we pikken er alleen het zevende punt uit.
Er werd een decreet besproken dat de Nationale Vergadering op 23 maart had aangenomen over het verwijderen van de uiterlijke kentekenen der adel. De adel was immers afgeschaft; alle burgers waren gelijk en dan paste er geen uiterlijke onderscheidingstekenen meer.
Al eerder, in augustus 1796, was er zo’n decreet uitgevaardigd, maar nu zat er een brief bij met de opdracht de zaak met voortvarendheid aan te pakken. Daarom werd er nu een commissie benoemd ‘tot het inspecteren der Poorten en Publieke Gebouwen, ten einde op de best mogelijke wijze de Wapens der voormalige Graven van Culenborg te doen amoveren’ en ‘de nodige ordre te stellen bij het afnemen der Familiewapens van de Kerkmuren alhier.
Tot leden van die commissie werden de ‘burgers’ Kramer en Rademaker benoemd. We zijn ze hierboven al tegengekomen.
Het was de bedoeling de wapenborden met spoed van de muren te halen – het was tenslotte al het derde jaar van de ‘Bataafsche Vrijheid’ -, en ze op een daartoe geschikte plaats op te slaan. De kerk was zo’n plaats.
De eigenaren zouden door een advertentie in de ‘Rheinlandsche en Haarlemsche Couranten’ op de hoogte worden gesteld dat zij hun borden binnen een maand op moesten halen. Tegen betaling van drie gulden per stuk; dat wel!
Wat overbleef, zou later publiek worden verkocht.

 

Memorieborden

Waar ging het nu eigenlijk om?
In oude tijden werden in de rouwstoet van adellijke personen wel zwarte vlaggen meegedragen. Ze waren beschilderd met de familiewapens. Na de begrafenis werden ze opgehangen in de kerk waar ze na enige tijd vergingen. Men is ze geleidelijk gaan vervangen door houten rouw-, familie- of wapenborden. Die hielden de herinnering aan de overledenen levend. Ze werden dan ook wel ‘memorieborden’ genoemd.
Het ophangen van rouwborden, met familiewapens en tekst, aan de muren en pilaren van kerken werd zoetjesaan gebruikelijk. Er waren kleine ruitvormige borden, die bij de begrafenis werden meegedragen, maar er waren ook borden van groter formaat. [5]
Na de Revolutie werd de gelijkheidsleus in Frankrijk fervent nagestreefd en menig adellijk persoon verloor er zoal niet zijn hoofd, dan toch wel zijn bezit, titel en alle uiterlijke tekenen van zijn adeldom.
Een bevriend en bevrijd land als de Bataafsche Republiek kon bij deze gelijkschaverij natuurlijk niet achterblijven.

Interieur van de Mariakerk te Utrecht

Interieur van de Mariakerk te Utrecht.
Cornelis van Hardenbergh, eind 18e eeuw. Het Utrechts Archief, cat. 37337.

Ook in de Barbarakerk hebben vele rouwborden gehangen.
Hoeveel dat er in 1797 waren? Dat weten we eigenlijk niet. Er is wel een aanwijzing. Het gelukkige toeval wil dat een zekere baron M.L. Haugest d’Ivoy, heer van Mijdrecht, ruim tien jaar eerder een aftekening heeft gemaakt van de wapenborden die in de Barbarakerk hingen. We mogen aannemen dat er sinds 1786, toen hij zijn werk deed, niet veel in de kerk veranderd zal zijn.
Welnu, de tekeningen van d’Ivoy tonen ons 61 wapenborden. Of dat ook alle wapenborden waren die in de kerk hingen, is niet bekend. Waarschijnlijk waren het er een paar meer.
Op ongeveer 25 van de afgebeelde borden stond geen naam. Toch valt de overledene dikwijls wel te achterhalen. Daarbij kunnen ons de doorgaans wèl aangegeven overlijdensdatum en het familiewapen helpen. Vaak waren ook de kwartierlijke wapens, dus die van de voorouders, op het rouwbord geschilderd.
Het interieur van de kerk moet aan het eind van de achttiende eeuw dus bepaald een bonte indruk gemaakt hebben. Wie er een indruk van wil krijgen, moet maar eens de foto’s bekijken die er op het Regionaal Archief in Tiel van zijn. [6]
Zou het trouwens niet mooi geweest zijn als er nu een aantal van die borden bewaard was gebleven?

 

Burgemeesters, raadsheren en hoge ambtenaren

Wat vertelt ons het handschrift d’Ivoy verder over de wapenborden in de Barbarakerk?
Wat direct opvalt is dat vrijwel alle rouwborden van ná 1654 zijn.
Dat zal ongetwijfeld samenhangen met de blikseminslag en de brand die de kerk in dat jaar zwaar hebben beschadigd. Het wapenbord van burgemeester Johan van Lauwick was uit dat jaar. Hij overleed op 1 oktober 1654. Op het bord stonden ook zijn vier kwartieren geschilderd.
Ouder zijn alleen de rouwborden van drost Johan van Plettenburg (1651) en zijn vrouw Sandrina Ingenhaef (1640) alsook een vrouwelijk bord zonder naam uit 1646.
Hebben zij als enige de brand overleefd?

Markante rouwborden uit het handschrift d'Ivoy

Markante rouwborden uit het handschrift d’Ivoy,
van burgemeester Johan van Lauwick, overleden in 1654, kort na de kerkbrand, en van de 18de eeuwse schout Philip Jacob Tepell. ‘Vandaag ben ik het, morgen is het jouw beurt’ zegt de spreuk boven zijn bord. De schout was overigens 72 toen hij stierf.

Niet iedereen liet na zijn dood een rouwbord in de kerk hangen. We vinden vooral de regentenfamilies vertegenwoordigd, leden van de families Hoevenaer, Van Diemen en Van Gaesbeeck bijvoorbeeld, en van de families Etling, Van Heins, Kloeckhof, Nedermeijer en Bosch. Het zijn de burgemeesters, de raadsheren, de hoge ambtenaren – zoals drosten, schouten en rentmeesters -, en hun echtgenotes.
Vaak hangen de memorieborden van man en vrouw naast elkaar; vaak ook vermeldt een rouwbord de functie die de overledene bij leven had, zoals het bord van Mr. Jodocus van Gaesbeeck:

Den wel E. Heer en Mr. Jodocus van Gaesbeeck,
Vryheer van Tienhoven,
Raad Ordinair van Haar Hoogheid Vorstinne van Waldeck &c.,
Stadhouder der Leenen van de Grafelyke Huyse Cuylenborg,

en soms ook wat meer:

Vrouwe Arietta Maria van Asbeck,
in leeven huysvrouw van den Wel Edele Gebore Heer
Dominicus Namna van Hoytema,
Schout en Rechter der Stad en Graefschappe Cuylemburg
mitsgaders Burgemeester der zelven Stad,
gestorven oud 60 Jaeren en bijna 10 Maanden, 25 Junij 1780.

De wapenborden van de regenten hebben vooral tegen de zijmuren en tegen de muren in het kruis gehangen. In het koor van de kerk hingen met name de rouwborden van de grafelijke familie. Het handschrift d’Ivoy geeft afbeeldingen van de memorieborden van gravin Louisa Anna (1714), haar vader graaf Georg Frederik (1692) en haar jong overleden broer Carel Gustaaf (1678). Ze hadden geen verdere tekst.

 

Opregte Haarlemse Courant

We keren nu terug naar de commissie.
De ‘burgers’ Kramer en Rademaker togen snel aan het werk. De kerkmeester van de Barbarakerk en de kerkeraad van de lutherse kerk werden op de hoogte gebracht; aan de kosters werd verboden om nog nieuwe borden aan te nemen.
Deurwaarder Van Limburgh ‘publiceerde’ het besluit – dat werd dan publiekelijk voorgelezen vanaf de pui van het stadhuis – en zorgde ervoor dat het werd opgehangen.
Ook werd een advertentie geplaatst in de ‘Oprechte Dingsdagse Haarlemse Courant’ van 4 april:

De Municipaliteit der Stad CULENBORG, doet by dezen allen en een iegelyk bekend maken, dat ingevolge aanschryving by Decreet van de Nationale Vergadering, Representeerende het Volk van Nederland, in dato 23 Maart 1797, de FAMILIE-WAAPENS van de Kerkmuuren binnen voorsz. Stad, zyn afgenomen, ten einde de Eigenaars bekwaame gelegenheid te geeven, hunnen Familie-Waapens binnen den tyd van een maand terug te neemen; mits behoorlyke bewyzen van Eigendom vertoonende, en betalende voor onkosten der afneeming van ieder Wapen drie Gulden; zullende door voorn. Municipaliteit, na verloop van voorsz. tyd, alle de niet afgehaalde Familie-Waapens ten profyten voor haare Publieke Armen verkogt worden.

Actum den 31 Maart, 1797,
Het derde Jaar der Bataafsche Vryheid

Ter Ordonnantie der Municipaliteit,
H. J. VAN HAEFTEN, Secretaris

Deze oproep in de – destijds ook landelijk gelezen – Haarlemse Courant verscheen slechts één maal. Wel werd nog drie keren geadverteerd in de ‘Voorheen Stichtsche, nu Rhynlandsche Courant’, op maandag 3, woensdag 5 en vrijdag 7 april.

De Rhynlandsche Courant, van maandag 3 april 1797, verschenen in ‘het derde jaar der Bataafsche Vrijheid’.

De Rhynlandsche Courant, van maandag 3 april 1797,
verschenen in ‘het derde jaar der Bataafsche Vrijheid’. Deze krant is te vinden op www.delpher.nl.

 

Opgehaald

Wie kwamen er opdagen?
Op de aangegeven dagen meldden zich acht verschillende personen. Zij kwamen vaak meerdere rouwborden ophalen.

10 april Mr. Hannibal Theodorus Bosch
Hendrik Albertus Kloeckhoff
Albertina Elisabeth Tepell
vier stuks
zes stuks
twee stuks
11 april Coenraad Michiel Wijnen
Mr. Hans Heinrich Conrad von Rosenthal
drie stuks
acht stuks
13 april de weduwe Van Buuren een bord
16 april Mr. Lubertus van Beusichem een bord
21 april Mr. Matthijs C.J. van Groin drie stuks

Uit dit overzichtje weten we echter nog niet welke rouwborden zij precies kwamen halen. Daarover informeert ons wel de rekening van stadssecretaris Van Haeften, van de inkomsten en uitgaven ‘wegens de afgenomen en publiek verkochte wapenborden uit de St. Barbarakerk’. [7]

Uit de bijlagen bij de rekening blijkt dat van de volgende personen de memorieborden werden opgehaald.

Door Mr. Hannibal Theodorus Bosch:
1. Mr. Nicolaas Bosch (1702)
2. Valentijn Nedermeijer (1737)
3. Mr. Balthasar Godard Nedermeijer (1775)
4. Philip Jacob Tepell (1744)

Door Hendrik Albertus Kloeckhoff:
5. Nicolaas van Heins (1781)
6. Nicolaas van Heins (1718)
7. desselfs huisvrouw (1714)
8. Nicolaas Balthasar Kloeckhoff (1757)
9. Anna Margaretha van Heins, wed. Hendrik Kloeckhoff (1766)
10. Balthasar Kloeckhoff (1708)

Door Arietta Elisabeth Tepell:
11. Willem Cornelis Tepell (1741)
12. Arietta Maria van Asbeeck (1780)

Door Coenraad Michiel Wijnen:
13. Charlotta de Pool, wed. Nic. van Heins (1728)
14. Anna Claudina van Heins, wed. de Prill (1791)
15. Mr. Hendrik Pieter Wijnen (1757)

Door Mr. Hans Heinrich Conrad von Rosenthal:
16. Everard Jordan van Groin (1728)
17. Mr. Johann Albert Ziegenhirt (1743)
18. Jan Walbeeck (1791)
19. Sara Maria Blom, wed. Forsten (1784)
20. Johanna van Goor (1740)
21. Mr. Jodocus van Gaesbeeck (1704)
22. Mr. Arnold Egbert de Jouwer (1750)
23. Mr. Salomon de Jouwer (1793)

Door de weduwe Van Buuren:
24. Mr. Arnoud de Goijer (1680)

Door Mr. Lubertus van Beusichem:
25. Helena Cornelia v.d Nijpoort (1761)

Door Mr. Matthijs Cornelis Johannes van Groin:
26. Georg Robbert van Groin (1748)
27. Jordaan Guesont (1673)
28. desselfs echtgenote (1692)

Veelal kwamen deze personen de rouwborden van hun eigen familie of voorouders ophalen, soms handelden de ‘ophalers’ ook voor anderen.
We komen nu ook meer te weten over het aantal rouwborden dat in de Barbarakerk heeft gehangen. In totaal werden 28 borden opgehaald, liefst 64 wapenborden werden er daarna verkocht. Aan de muren en pilaren van de Barbarakerk moeten in 1797 dus zeker 92 memorieborden hebben gehangen. Een indrukwekkend aantal.
Was er in 1654 geen brand geweest, dan waren het er stellig nog meer geweest.

Memento Mori. Gedenk te sterven

Memento Mori. Gedenk te sterven.
De Van Diemens leverden in de 17de eeuw diverse stads- en graafschapsbestuurders. Het familiewapen staat linksbovenaan. Mr. Hugo Christiaan was de laatste van zijn geslacht. Zijn wapenschild werd in 1729 bij die van ‘sijn hoog edele’s voorouders en familie’ ten grave gezet. Hun rouwborden zijn – gezien het overzicht hiervoor – in 1797 niet opgehaald.

 

Verkoop

Uit een bij het stadsbestuur binnengekomen schrijven blijkt dat de stadsomroeper had aankondigd dat de verkoping van de overgebleven borden op 16 juni 1797 zou plaats vinden. De opbrengst zou ten profijte van de ‘publieke armen’ komen.
De kerkmeester, oftewel de rentmeester van de Barbarakerk, was het daarmee echter niet eens, want volgens hem waren de borden eigendom van de kerk. Die had – volgens hem – dus ook recht op de opbrengst. Hij krijgt gelijk.
Op 21 juni 1798 volgde uiteindelijk de afrekening.

Verkoopafrekening

De opbrengst bedroeg dus 95 gulden en 18 stuivers. Voor ontvangst van dit bedrag uit handen van secretaris Van Haeften tekende de kerkmeester, Coenraad Michiel Wijnen. Deze was in 1782 aangesteld en was ook rentmeester van de Armenpot.

Andere kerken

Over het afnemen van de rouwborden uit de Sint Janskerk hebben wij geen gegevens gevonden. Gezien de slechte staat waarin het gebouw verkeerde, zullen ze misschien al eerder zijn weggehaald. Al in 1795 was het kerkgebouw ontruimd en geschikt gemaakt voor de oefeningen van de Burger-schutterij. De kerk is in 1821 voor afbraak verkocht.

In de Lutherse kerk hebben blijkbaar alleen twee wapenborden gehangen van leden der grafelijke familie. In de zitting van de Nationale Vergadering van 20 april 1797 wordt er verslag van gedaan. De president stelt voor de zaak in der minne te schikken. Op 10 januari 1798 werden ze in Den Haag aan de Saksische gezant overgedragen. Deze heeft ze daarop aan de Huizen Waldeck en Saksen terugbezorgd. [8]

 

Noten:

  1. Van Weel, p. 90. [↑]
  2. OAC, inv.nr. 14, resolutiën van de municipaliteit. [↑]
  3. OAC, inv.nr. 15, id. [↑]
  4. Hij trouwt op 2 juni 1767 in de katholieke kerk met Antonia Hakkert, en wordt op 26 juli 1768 ingeschreven in het koopmansgilde. [↑]
  5. Protestants kerkinterieur, p. 38. [↑]
  6. Regionaal archief Rivierenland (RAR), 0874 Handschriften Culemborg, inv. nr. 64. [↑]
  7. OAC, inv.nr. 650, rekening van de stadssecretaris H.J. van Haeften. [↑]
  8. De Betuwe, p. 189. [↑]

 

Bronnen en literatuur:

  • R.F.P. de Beaufort en Herma v.d. Berg, De Betuwe. De Nederlandse Monumenten van Geschiedenis en Kunst. Den Haag 1968.
  • J.D. de Jong, ‘Culemborg in oorlogstijd (1794-1795)’, in: Bijdragen en Mededelingen Vereniging Gelre, LIII (1953), pp. 201-218.
  • Protestants Kerkinterieur 16de-19de eeuw. Tentoonstellingscatalogus rijksmuseum Het Catharijnevonvent. Utrecht, 1986.
  • P.A. Treffers, De Grote of St. Barbarakerk en haar orgels. Culemborg 1982.
  • A.J. v.d. Ven, ‘De incorporatie van Culemborg in Gelderland’, in: Bijdragen en Mededelingen Vereniging Gelre, XXXIX (1936), pp. 237-240.
  • H.J. van Weel, De incorporatie van Culemborg in de Bataafse Republiek.
    Zutphen 1977.
  • M.L. Haugest d’Ivoy van Mijdrecht, Aftekening van wapenborden, glazen, grafstenen e.d. in Holland, Gelderland, Utrecht en een deel van Duitschland. (Handschrift in de collectie van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Den Haag.)
  • Opregte Dingsdagse Haarlemse Courant, 4 april 1797.
  • Nationaal Archief, Dagverhalen van de Nationale vergadering.
  • RAR 0826, Oud Archief Culemborg (OAC), inv.nr. 15-17, Resolutiën van de municipaliteit, sept. 1796-augustus 1798.
  • OAC, inv.nr. 650, Rekening van de stadssecretaris H.J. van Haeften van ontvangsten en uitgaven wegens de afgenomen en publiek verkochte wapenborden uit de St. Barbarakerk, 1797.

 

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.