Mieke Bloemendaal was Culemborgs eerste Burger-Moeder

Mieke Bloemendaal werd in 1990 Culemborgs nieuwe burgemeester. Zij was de eerste vrouw in die functie. Twintig voorgangers had zij, zo kopte de Culemborgse Courant in een ‘actuele dageditie’, daags na haar installatie op vrijdagmiddag 6 april.
Wethouder Jan Koedam had als loco-burgemeester de eer haar die dag de keten om te hangen. “We hebben een goeie gekregen”, zo stelde hij. En dat bleek in de zeven jaar dat ze hier burgemeester is geweest. Mieke Bloemendaal-Lindhout was eerder burgemeester van Maasland en vertrok in 1997, toen ze benoemd werd in Leidschendam.

Burgemeester Bloemendaal-Lindthout ontvangt koningin Beatrix in 1991 bij haar bezoek aan Culemborg

Burgemeester Bloemendaal-Lindhout ontvangt koningin Beatrix in 1991 bij haar bezoek aan Culemborg.

De benoeming van Bloemendaal was al op 20 februari afgekomen, dus voordat ze aantrad, was er gelukkig nog tijd voor enig historisch onderzoek. Ik was destijds nog maar kort in dienst van de Culemborgse Courant, en als redacteur-verslaggever met een historische opleiding was dat natuurlijk een kolfje naar mijn hand.
Het onderstaande artikel verscheen in de bijzondere ‘dageditie’ van de krant van zaterdag 7 april 1990.

Nu met Gerdo van Grootheest op 9 juni 2017 wederom een ‘unieke eersteling’ als burgemeester is aangetreden, is het artikel van destijds natuurlijk weer razend actueel. Uiteraard is de reprise van nu een ‘versie 2.0’: bij de tijd gebracht, met hier en daar een aanpassing.

Onderstaand vind je het hoofdartikel van toen: dit artikel gaat dus tot 1990. De ‘grootste kluif’ zat in het aanvullen en actueel maken van het – bij dit artikel horende – ‘overzicht van alle burgemeesters’ sinds 1824, toen voor het eerst een burgemeester werd aangesteld die lid was van een College van Burgemeester & Wethouders.
Die lijst omvat inmiddels meer dan 30 burgemeesters; Gerdo van Grootheest is de eenendertigste en was met z’n 38 jaren níet de jongste.

Je vindt het overzicht van alle burgemeesters in een apart artikel.


 

Nieuwe burgemeester heeft slecht mannelijke voorgangers

door Bert Blommers

Vrijdag 6 april [1990] werd de eerste vrouwelijke burgemeester in Culemborgs historie geïnstalleerd. Aan mevr. Mieke Bloemendaal-Lindhout gingen eeuwenlang slechts mannelijke collega’s vooraf.

Wie waren de voorgangers van onze nieuwe burgemeester? Wie waren zij en wat waren hun prestaties? Van na-oorlogse burgemeesters als de heren Hermans en Van Koningsbruggen zullen veel Culemborgers zich dat zonder meer weten te herinneren. Ook burgemeester Keestra, een van de twee negentiende- en twintigste-eeuwse burgervaders waarnaar in onze gemeente een straat werd vernoemd, is voor vele alhier geborenen geen onbekende. Hij was burgemeester van 1926 tot 1950. Zijn directe voorgangers de burgemeesters Van Walsem en Van Hövell tot Westerflier kunnen slechts herkenning bij de aller-oudste generaties verwachten. Wie daarvóór onze eerste burgers waren, weten we in de regel niet. Reden om terug te gaan naar het jaar 1824. Toen werden namelijk voor het eerst voor een periode van zes jaar burgemeesters benoemd die deel uitmaakten van een college van Burgemeester en Wethouders.

Culemborgers

Portret van burgemeester Hendrik Paulus van Heijst (collectie Henk Oostveen, Den Haag)

Portret van burgemeester Hendrik Paulus van Heijst (collectie Henk Oostveen, Den Haag).

Vanaf het moment dat Culemborg stadsrechten kreeg, heeft de stad steeds twee burgemeesters gekend. Tot in de achttiende eeuw werden deze jaarlijks door de heren, later graven benoemd. Ook in de Bataafse tijd kende men nog schepen- en stadsburgemeesters, na de inlijving bij Frankrijk in 1810 nog slechts één Maire. Onder het Koninkrijk nam men de oude draad weer op met meerdere door de Kroon benoemde burgemeesters. Dit duurde tot 1824, toen een nieuwe organisatie van de stedelijke besturen van kracht werd. De fungerende ‘eerste burgemeester’ Hendrik Paulus van Heijst werd toen tot énige burgervader benoemd. Op 29 maart volgde de eerste vergadering van B&W. Vele volgden er. Van Heijst beet de spits af van een rij van thans [1990] twintig burgemeesters.

Anders dan tegenwoordig waren die eerste burgemeesters van toen nog allen Culemborgers. Pas met de benoeming van Mr. J.G. Everwijn in 1867 wordt het gewoonte dat er vreemden tot burgemeester werden aangesteld. De burgemeesters Willem Johan Alpherts (geneesheer), Bartholomeus van der Mandele (dijkgraaf), Jacob Johan Heinrich Carl Horn (koopman), Jacob Cornelis Francois van Hoytema (industrieel) en Jan Hendrik Anne Ziegenhirt van Rosenthal (rentenier) waren alle voor hun benoeming ter plaatse politiek actief als wethouder. Ook na de benoeming tot burgemeester behielden zij meestal hun stem in de raad, doordat zij aanbleven als raadslid. De laatste keer dat hiervan sprake was, was in het geval van Jhr. Mr. L. Schorer die in 1886 met een grote meerderheid tot raadslid werd gekozen.
De ‘eerste burgers’ vervulden uit hoofde van hun ambt vaak diverse andere functies. Meestal waren zij ambtenaar van de burgelijke stand en commandant van de dienstdoende schutterij. Vanzelfsprekend lieten zij zich ook horen in besturen en verenigingen. Deze waren zeker in de negentiende eeuw nog volledig het domein van de liberale toplaag van de burgerij.

Johan Cornelis Francois van Hoytema

Johan Cornelis Francois van Hoytema.

Van de eerste burgemeesters behoorden Jacob Cornelis Francois van Hoytema en Jan Hendrik Anne Ziegenhirt van Rosenthal tot oude regentenfamilies. Jacobs vader was dijkgraaf, zijn grootvader de achttiende eeuwse schout Dominicus Namna van Hoytema. Zijn zoon Marinus werd in 1863 gemeentesecretaris en bleef dat de rest van de eeuw. Van Hoytema bedankte in 1856 wegens zijn benoeming tot lid van Gedeputeerde Staten. Burgemeester Ziegenhirt van Rosenthal was een zoon van oud-schepen Hans Heinrich Conrad von Rosenthal. Ook zijn broers lagen in de wieg voor hogere ambten. De een werd Minister van Justitie, de ander was tot 1839 gemeentesecretaris. Evenals de andere vóór 1867 benoemde burgemeesters bleven zij na hun ambtstermijn in Culemborg actief en woonachtig.

Carrières

Bij de nadien benoemde burgemeesters ligt dat anders. Overleden zij niet tijdens de uitoefening van hun ambt of bedankten zij wegens een slechte gezondheid, dan was hun verblijf ter plaatse slechts een schakel in hun carrière.
Burgemeester Everwijn – tijdens zijn bestuur werden de stadspoorten gesloopt – was voor zijn benoeming burgemeester van Buurmalsen; zijn opvolger de oud-officier Werdmüller von Elgg verdween in 1880 naar Indië. Mr. Leonhard Schorer was eerder burgemeester van Axel en werd in 1887 gepromoveerd tot burgemeester van Middelburg, de stad zijner vaderen. Ook in onze eeuw lagen de kaarten niet anders. Baron van Hövell werd in 1915 burgemeester van Breda en in 1918 gouverneur van Limburg. Zijn opvolger Van Walsem was eerst burgemeester van Wijk bij Duurstede en werd in 1926 burgemeester van Epe. Voor de burgemeesters Keestra, Van Koningsbruggen, Hermans en Van Zwieten vormde Culemborg om verschillende redenen het eindpunt. Voor de heren Stadhouders en Jager natuurlijk niet. De eerste, econoom en wethouder van 1962 tot 1966, werd in het laatste jaar waarnemend burgemeester en in 1967 burgemeester van Huissen. Thans [1990] is hij burgemeester van Veldhoven. Jager werd vorig jaar benoemd tot burgemeester van Wageningen.

Jhr. Schorer

De diverse burgemeesters hebben hun eigen verdiensten gehad. ‘Goeddoen en ware armoede leenigen’ waren burgemeester Van Hoogenhuijze een aangename plicht. Tijdens zijn bestuur werden de huizen aan Het Voorburg gebouwd. Onder zijn opvolger Tadema kreeg de stad aansluiting op een tram en de telefoon. Het realiseren van een waterleiding werd echter pas onder Van Hövell tot stand gebracht.

Jhr. mr. Leonard Schorer (links) en zijn opvolger Marinus van Hoogenhuijze (rechts).

Jhr. mr. Leonard Schorer (links) en zijn opvolger Marinus van Hoogenhuijze (rechts).

Een ware lofzang vinden we in 1887 in de CC op Jhr. Schorer, een burgemeester die recht door zee ging en geen omwegen gebruikte, om het goede doel te bereiken. Dat een dergelijke handelwijze op gevestigde belangen stuit, ondervond hij evenals later Keestra. Tot zijn daden werd gerekend het inperken van de ‘ergerlijke toneelen van dronkenschap en bandeloosheid’, met als resultaat het bereiken van een ‘nieuwen orderlijken toestand’. Speciale zorg ging uit naar het onderwijs. Van de scholen maakte Schorer voor zijn tijd modelscholen, terwijl ook een gymnastiekschool werd opgericht. Een stevige prikkel gaf hij in 1882 tot de oprichting van Kracht en Vriendschap. Zijn ijver gold evenzeer de verbetering van de straten en de zorg voor goed drinkwater voor de armen door het slaan van Norton-pompen. Als voorzitter van de Gelderse Maatschappij van Landbouw wist hij bovendien een nieuwe najaarspaardenmarkt te stichten. Niet voor niets heeft de straatnamencommissie in 1988 in de wijk Landzicht een straat naar hem vernoemd. Zijn herinnering werd lange tijd in ere gehouden door het werk van de door hem gestichte Adolf Schorer-stichting, een stichting met als doel het steunen van nuttige instellingen, het geven van beurzen aan arme kinderen en het doen van weldadig werk in Culemborg. Of deze stichting, vernoemd naar een jong overleden zoontje van de burgemeester, nu [1990] nog bestaat, is mij niet bekend.[*]

[*] Voor het Adolf Schorerfonds zie:
– Regionaal Archief Rivierenland, toegang 0342: Adolf Schorerfonds, 1887-1969 (1998)
Het Adolf Schorerfonds is in 2007 opgeheven; een resterend bedrag is toen door de erfgenamen van de beherende broers Douwe en Daan van Hoytema geschonken aan de Stichting Vrijstad, die in dat jaar haar 30-jarig bestaan vierde.

Burgemeester Keestra

Een groot persoonlijk stempel drukte burgemeester Keestra in zijn 23 jaren op Culemborg. Hij was ‘een markante persoonlijk, een magistraat’, een man met een grote werkkracht, die zich volledig wilde inzetten voor het doel: de stad die hij liefhad, ‘op te heffen uit de stilstand en achteruitgang, waarin ze door overdreven zuinigheid was komen te verkeren’. Hij was een krachtfiguur die zonder rechts of links te kijken, recht op zijn doel afging, in alles principieel. Een man ook die als ambtenaar een gedegen kennis van het gemeentebestuur had opgebouwd. Hij stond op de bres voor verbetering van de sociale toestanden. ‘Burgemeester Keestra was een man die fel leefde en daardoor weerstanden opriep. Velen hielden hem hoog; anderen klaagden hem aan’, zo herdacht wethouder Schouten hem in 1950.

Keestra kwam in 1926 in een sukkelende stad terecht met scherpe politieke tegenstellingen. Al gauw onderkende hij de precaire woningvoorraad en de miserabele woontoestanden in zijn stad. Ondanks fel verzet van particuliere huiseigenaren, liet hij van overheidswege woningen bouwen. De complexen in de Hamkavoet, de Zonnebloemstraat en Achter ‘t Zand waren het resultaat. De SDAP-er Otto de Beus was hem er dankbaar voor. Keestra was ook de man van de aanleg van plantsoenen en fraaie stadswallen. Tijdens zijn bestuur werden het Stadhuis en de Binnenpoort gerestaureerd.
Tijdens de oorlog kwam hij menigmaal in conflict met de bezetter en werd hij zelfs gearresteerd. Tot de herfst van 1944 bleef hij evenwel aan. Een NSB-burgemeester, Jan de Kruijff, nam toen zijn plaats in.

Burgemeester Ype Keestra (links) en Albert P. Klumper, verzetsman en voorzitter van de Noodgemeenteraad (rechts).

Burgemeester Ype Keestra (links) en Albert P. Klumper, verzetsman en voorzitter van de Noodgemeenteraad (rechts).

Keestra’s opstelling ondervond na de bevrijding wel kritiek. In ere hersteld, kwam hij in 1946 terug als burgemeester. De voorafgaande zestien maanden – de tijd van de Noodgemeenteraad, samengesteld op advies van 56 mensen die actief waren geweest in het verzet – was de socialist en verzetsman A.P. Klumper waarnemend burgemeester. Een ernstige ziekte schakelde Keestra daarna goeddeels uit. In 1950 bedankte hij. Wethouder A. Schouten was in deze ‘burgemeesterloze jaren’ de loco-burgemeester. Hij werd bijgestaan door wethouder J.C. Jägers.

Van Koningsbruggen

Ad Schouten en Jo Jägers bepaalden met de nieuwe burgemeester Van Koningsbruggen het gezicht van de jaren ‘50. Voor diens aantreden was er in de voorafgaande jaren al veel voorbereidend werk gedaan voor de uitbreiding van de stad. Er bleef echter nog volop te doen. De eerste tien jaar vergde dan ook ‘de gehele man’ van de nieuw benoemde burgervader. Industrievestiging en woningbouw waren de eerste doelstellingen.
Culemborg had in Van Koningsbruggen een weerbare burgemeester, een integere man met een grote ondernemingslust, een goed promotor. Nieuwe wijken verrezen Achter de Poort. Bij het overlijden van Van Koningsbruggen in juli 1966 was de woningnood nog niet gelenigd.
In de periode 1962-1966 was onder wethouder Stadhouders echter een fors begin gemaakt met de verjonging van Culemborgs hart en de stadsuitbreiding in zuid-westelijke richting. Een saneringsplan, vernieuwing van straten en de nieuwbouw op TerWeijde kwamen op gang. De aanleg van riolering was eveneens in voorbereiding. Dit waren ontwikkelingen waarop onder burgemeester Hermans kon worden verder gegaan. De goede politieke verhoudingen verslechterden in Van Koningsbruggens laatste jaren door een tweetal affaires: de zogenaamde ‘gasaffaire’ en de ‘politie-affaire’.
Loco-burgemeester A.H. Stadhouders, economisch directeur van het Barbara-ziekenhuis, werd na de installatie van de nieuw verkozen raad waarnemend burgemeester. Hij was de persoon met de grootste verdiensten van wat na 1962 tot stand was gebracht. De vertroebelde politieke verhoudingen klaarden nu weer wat op.

Ontvangst van burgemeester Hendrik van Koningsbruggen in 1950

Ontvangst van burgemeester Hendrik van Koningsbruggen in 1950.

Hermans

Culemborg was voor burgemeester Hermans zijn tweede gemeente. In 1955 was hij benoemd in Woensdrecht. In dat jaar repatrieerde deze Indoloog uit Indonesië, waar hij werkzaam was geweest bij de Java-bank. In 1967 werd hij burgemeester van de probleemgemeente Culemborg. Hij trof daar een stad die aan totale renovatie toe was.
Ik ben in beide gemeenten aanvankelijk ingehuurd als opruimer”, zo stelde hij in een interview in 1984. De samenstelling van het college leverde steeds problemen. “Er mochten maar twee wethouders zijn en er waren steeds drie partijen die een wethouder konden leveren”. De wisselingen waren dan ook frequent. Een crisis in 1973 leverde opnieuw enkele wethouderswisselingen op. Het politieke klimaat verbeterde echter nadien. Hermans had daar door zijn manier van leiding geven een niet gering aandeel in. Voor elke mening was aandacht, ook al liepen de raadsvergaderingen daardoor regelmatig uit tot na het mindernachtelijk uur. Hermans streefde ernaar alles in goede harmonie tot stand te brengen. Ook in de samenleving bevorderde hij een meer op samenwerking gerichte mentaliteitsverandering (bijv. door de vorming van een Raad van Kerken).
Hermans wist het gestrande schip van de samenwerking op den duur weer vlot te trekken. In zijn periode kwam er dan ook veel tot stand. Begonnen werd in 1968 aan de stadsvernieuwing onder het motto ‘Culemborg verjongt zijn hart’. Industrievestigingen en stadsuitbreidingen in Voorkoop en De Hond completeerden de vernieuwing.
Hermans werd bij zijn afscheid tot ere-burger van de stad benoemd. Deze onderscheiding viel ook Keestra ten deel. Beide kregen de gouden ere-penning van de stad.

Tot slot

De laatste voorganger van Mieke Bloemendaal-Lindhout was een partijgenoot. Met haar krijgt Culemborg een tweede D’66-burgemeester.
Burgemeester Jager behoeft thans weinig toelichting meer: “Uw creativiteit in het vinden van compromissen bij uiteenlopende opvattingen, en in het zoeken van oplossingen in moeilijke situaties, hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de in de afgelopen jaren geboekte resultaten”, zo memoreerde wethouder Koedam bij diens afscheid in juni 1989. Zijn voorzittershamer klonk luid en duidelijk in de raadszaal. “Als u iets in gedachten had, kwam het er na kortere of langere tijd” is ook zo’n typering. Zaken die er kwamen waren de nieuwbouw van het stadhuis, de ontwikkeling van de wijk Goilberdingen en een kunstwerk op de Markt.
Al deze burgemeesters behoren nu tot het verleden, aan mevr. Mieke Bloemendaal behoort vanaf 6 april [1990] Culemborgs toekomst.

Drie burgemeesters: oud-burgemeesters Leo Hermans en Michel Jager met in het midden burgemeester Mieke Bloemendaal-Lindthout, 6 april 1990

Drie burgemeesters: oud-burgemeesters Leo Hermans en Michel Jager met in het midden burgemeester Mieke Bloemendaal-Lindhout, 6 april 1990.

Reageren is niet mogelijk