Waar bleef Martinus Gerard Sjoer?

In de advertenties waarmee de drukkerij Blom & Olivierse in 1903 haar nieuwe series ansichtkaarten bekend maakt, staan ook een aantal middenstanders, bij wie je deze kaarten kon kopen. Onder hen vinden we een M.G. Sjoer, boekhandelaar in de Tollenstraat. Hij – en na hem zijn vader Hendricus of Hendrik – hebben ook zelf prentbriefkaarten uitgebracht. Niet heel veel overigens: het zijn er zo’n stuk of twaalf. We zullen ze later in dit verhaal bespreken.

Maar … wie waren deze Martinus Gerard en zijn vader Hendrik Sjoer? Wie bij de nu nog in Culemborgse wonende leden van de familie Sjoer navraag doet, komt niet ver. Ze zijn bij hen geheel onbekend. Toch is de onderlinge familieband niet heel ver weg.
Alle Sjoers die te Culemborg gewoond hebben, stammen namelijk af van twee broers: Jacob Reijer (1837-1919) en Hendricus Sjoer (1848-1922). Ze kwamen uit Leerdam. Hun vader Adrianus Johannes (1802-1877) vestigde zich al vóór 1860 te Culemborg, om er op de glasfabriek te gaan werken. Evenals hun vader werden beide broers glasblazers. Volgens het bevolkingsregister uit die tijd woonden ze in de arbeidershuisjes die de fabriek voor het eigen personeel langs de Veerweg had laten bouwen. Ook een oudere broer, Martinus (1834-1888), genoemd naar zijn Zaltbommelse grootvader, heeft er gewoond en gewerkt.
De nu nog in Culemborg wonende Sjoers stammen af van Jacob Reijer; de nazaten van jongere broer Hendrik vinden we tegenwoordig vooral in Veenendaal.

Tollenstraat Culemborg, toen en nu

Tollenstraat 31: voorheen de winkel van Sjoer; op de ansicht het pandje met het zonnescherm

Glasblazer en winkelier

Hendrik Sjoer, glasblazer en 21 jaar oud, trouwde in 1869 met Johanna Catherina van Glabbeek. Haar moeder was toen winkelierster en woonde in de Tollenstraat. Haar vader, de timmerman Cornelis Aart van Glabbeek, was al in 1856 overleden.
Rond 1880 verhuisde het gezin van de Veerweg naar de Tollenstraat. Ze trokken in bij de schoonmoeder, die toen ‘spekslageres’ was (rundvlees kocht je bij de vleeshouwer, varkensvlees bij een spekslager); zij overleed in juli 1902, 83 jaar oud.
Het nieuwe adres was: wijk A, nr. 99, vanaf 1890 A 143. Op dit adres, nu Tollenstraat nr. 31, vinden we nog altijd een fraai en karakteristiek pandje, met links een houten winkelpui van vóór 1900 en één enkel (huiskamer-) raam rechts in de gevel.
In dit pand heeft vader Hendrik, die nog altijd glasblazer is, tenminste vanaf eind 1903 een winkel ‘in koloniale waren en comestibles’. In de Culemborgse Courant plaatst hij advertenties voor Spoor’s Melksiropen (nov. 1903), Wijsenbeek en Helfenrath’s vloeibaar Vleeschextract (1906), MAGI’s Aroma (1908) en Hoofdpijn-Eau de Cologne (1909); dit laatste middel ‘geneest onmiddellijk de zwaarste hoofdpijnen’.
Op 12 mei 1911 is Hendrik als glasblazer vijftig jaar in dienst bij de Culemborgse glasfabriek. Hij en zijn collega’s, de plaatwerkers P. Kuyk en J.H. de Vries, krijgen bij die gelegenheid de ‘eere-medaille in brons’ van de orde van Oranje Nassau. In een advertentie in de C’b. Courant van 14 mei bedanken zij gedrieën hun patroons, de firma Van Hoytema, en alle anderen die de huldigingsdag voor hen tot ‘een voor hen onvergetelijken’ hebben gemaakt.

Advertentie-14-5-1911

Gereformeerd boekhandelaar

Zoon Martinus Gerard Sjoer blijkt al iets eerder dan zijn vader – waarschijnlijk eind 1902 – in het winkeltje van zijn grootmoeder actief te zijn, want op 1 januari 1903 wordt hij genoemd als verkoper van de nieuwe kaarten van de firma Blom & Olivierse.
Later dat jaar, in de krant van 2 augustus, maakt hij bekend dat in die maand ‘in den Boekhandel van M.G. Sjoer’ een feestelijk boekje zal verschijnen, gewijd aan het 40-jarig bestaan van de Christelijke School (met de Bijbel) in de Ridderstraat. Het heet ‘Na veertig jaren’. Bij verschijnen kostte het 25 cent (advertentie 6 sept.).
Martinus Gerard Sjoer was de derde zoon uit het gezin van Hendrik Sjoer; hij werd in januari 1877 geboren. In 1888 zit hij op School No. 2, de zgn. Stads- of Burgerschool in de Goilberdingerstraat. Hij krijgt dan op zijn school de ‘Schorer’s prijs’. Deze prijs van het Adolf Schorer Fonds werd jaarlijks op de drie openbare scholen uitgereikt aan een leerling die door ‘vlijt en getrouw schoolbezoek’ had uitgeblonken.
In oktober 1896 moet Martinus opkomen voor de Nationale Militie. Vier jaar later, in mei 1900, is hij secretaris van het ‘Oranje vaandel’, een van de nieuwe schietverenigingen, die toen met het oog op de Volksweerbaarheid werden opgericht (C’b. Courant, 5 juli 1900). Culemborg telde toen vijf schietverenigingen. De oudste, de Culemborgsche Schietvereeniging, was van 1893.
Het gezin Sjoer was Nederlands Hervormd, maar maakte eind jaren ’90 de overstap naar de Gereformeerde gemeente. Martinus deed er in 1898, op zijn 21ste, belijdenis.
In 1902 is hij werkzaam als notarisklerk. Eventjes woont hij dat jaar in Driebergen. In die periode blijkt hij – volgens een bericht in de Zuidser Kerkbode van 2 febr. 1902 – in dienst te zijn van de ‘Vereeniging tot bevordering van Gereformeerde Ziekenverzorging in Nederland’. Het lijkt van korte duur geweest te zijn.
In 1903 is hij, zoals we zagen, naast notarisklerk ook: boekhandelaar. Uit deze tijd, 1903-1904, dateren de Culemborgse ansichtkaarten die hij heeft uitgegeven.

Boekhandel M.G. Sjoer: twee advertenties uit augustus en september 1903

Boekhandel M.G. Sjoer: twee advertenties uit augustus en september 1903

Zutphen en … wat dan?

In januari 1905 vertrekt Sjoer jr. echter naar Zutphen. Met de eveneens gereformeerde Martinus Berghege (1878), die met hem mee gaat uit Culemborg, begint hij er een boekhandel. Ook van Zutphen verschijnen dan ansichtkaarten. Het Regionaal Archief aldaar heeft er een zestal, met poststempels van 1905-1912, uitgegeven door ‘Sjoer & Berghege’. De samenwerking is van korte duur, want Berghege trouwt in maart 1905 te Renkum met Femmetje Betlem en emigreert daarna naar Grand Rapids in het Amerikaanse Michigan. In juli 1906 wordt daar hun eerste zoon geboren. Martin Berghage wordt er een grote uitgever – hij was uitgever-redacteur van de Nederlands-Amerikaanse weekblad Standard-Bulletin – en overlijdt in 1959.
Martinus Sjoer blijft nog enige tijd in Zutphen. In het adresboek van eind 1906 staat hij vermeld op het adres Beukerstraat 79 (eerder: Groenmarkt B 36). Daar heeft hij een ‘Christelijke Boek- en Muziekhandel’, annex ‘Magazijn voor kantoorartikelen, School-, Schrijf- en Teekenbenoodigdheden’. Verder verzorgt hij druk- en bindwerken en is hij filiaal van het ‘Algemeen Zuid-Hollandsch Advertentie-Bureau’. Ook is hij depothouder voor de afdeling Zutphen van het Nederlands Bijbelgenootschap.
Tot de drukwerken die hij verzorgt, behoort ook een publicatie van zijn oudste broer Adrianus Sjoer, onderwijzer te Utrecht. Dit werkje uit 1906 heet: ‘Hygiënisch Spreken’ en bevat ‘theorie en methodisch gerangschikte oefeningen voor het onderwijs in hygiënisch spreken’. In 1905 verscheen ook ‘Een korfje bloemen. Proza en poëzie’ van zekere ‘Iliohan’. Tot de andere werkjes uit 1906 hoort een uitgave van H. Mulderije: ‘Waar de gelden te vinden voor pensioen, invaliditeits- en ziekteverzekering’.
Wat er verder van Martinus Gerard Sjoer is geworden, is een klein raadsel. Volgens het bevolkingsregister van Zutphen is hij aldaar 5 november 1908 vertrokken, maar is het onzeker waarheen. Hij heeft verder geen sporen nagelaten.

Uit het adresboek van Zutphen van 31 dec. 1906

Uit het adresboek van Zutphen van 31 dec. 1906

Ansichtkaarten

Het is tijd hier nog iets te vertellen over de Culemborgse ansichtkaarten die ‘M.G. Sjoer’ heeft uitgegeven. Het zijn alle doorlopers, verschenen in de periode 1903-1904. Ze zijn ook genummerd, nl. van 375 tot 380 en 465-466. Het is logisch te vermoeden dat de begincijfers 3 en 4 hier het uitgavejaar 1903 en 1904 aangeven.
Deze twee series bevatten de volgende beelden: Stadhuis (nr. 375), Voorburg (376), Stationsweg (377), Groet uit Culemborg (379) en Spoorbrug (380), alsook Plantsoen (465) en Gezicht op Culemborg (vogelvlucht rivierzijde) (466). Een kaart in de serie van 1903 ken ik niet en dat is nummer 378. De kaarten nr. 375 en 379 zijn afgebeeld in dit artikel.
Een deel van bovengenoemde kaarten is ook uitgegeven door H.H. Boldingh. Dit is het duidelijkst voor de kaarten Stadhuis (met links vooraan een man met warenkar), Voorburg (met oude man bij hek) en Stationsweg. Deze kaarten komen we ook tegen in de latere series van J.E. van Beest. Die van het Stadhuis is in 1903 nog uitgegeven door Van Dam & Van der Marck. Het zijn dus zeker geen originele beelden.

Twee ansichtskaarten, van M.G. Sjoer en zijn vader H. Sjoer

Twee ansichtskaarten, van M.G. Sjoer en zijn vader H. Sjoer

De kaarten zijn na het vertrek van Martinus Gerard uit Culemborg nog verkocht in de boekhandel annex winkel van zijn vader Hendricus Sjoer. Poststempels variëren van 1904 tot 1916.
Vader Sjoer heeft zelf ook nog enkele kaarten uitgegeven, maar ik heb ze niet in mijn eigen verzameling. De vier mij bekende exemplaren komen uit het Regionaal Archief in Tiel en uit de collectie van Zwier van der Schagt. Het zijn alle vier kaarten met als titel ‘Culemborg’. Twee ervan hebben een ‘inzetje’, met ‘Culemborg. Uitg. H. Sjoer’: een gezicht op Haven en Veerweg en een vogelvlucht van de Markt. De andere twee zijn ouderwetse doorlopers: een reprise van kaart nr. 379 en nog een nieuwe van de Spoorbrug, die anders is dan kaart nr. 380 van Martinus Gerard. De kaart van de Veerweg is ook uitgegeven door J.E. van Beest.

6-7-sjoer-schrift-en-advertentie

Een tipje van de sluier

Wat is er verder van vader en zoon Sjoer geworden?
Voor de vader ligt dat niet zo moeilijk: hij verkoopt in 1914 het woon- en winkelhuis in de Tollenstraat (zie advertentie van 5 april 1914; not. C.C.J. van Mierop, 1914, akte nr. 42). De opbrengst was 3.500 gulden. Het gezin Sjoer is er echter, zo vertelt het bevolkingsregister, nog tot 1922 blijven wonen. De moeder overlijdt in november 1921; de vader en twee dochters zijn kort daarop, op 16 mei 1922 naar Zeist verhuisd. Hendricus is er er op 4 juni van dat jaar overleden.
Het ‘raadsel’ rond wat er van Martinus Gerard Sjoer geworden is, heeft me lange tijd bezig gehouden, en is nog altijd niet helemaal opgelost. De zoektocht concentreerde zich op de nazaten van de twee broers van Martinus, nl. de Utrechtse onderwijzer en later hoofd van een school in Bilthoven Adrianus (1870-1957) en sigarensorteerder Gerard Bastiaan (1878-1966). De laatste vertrok in 1933 met zijn gezin naar Veenendaal.
Van de negen kinderen van Gerard Bastiaan is zoon Cornelis (geb. 1923) nog in leven. Foto’s van oom en grootvader heeft hij helaas niet. “Mijn vader was een beetje het zwarte schaap”, vertelt hij. Grootvader Hendricus was namelijk fel gekant tegen het in 1908 gesloten huwelijk van zijn vader met Maria van Nifterik. “Haar vader was baas op de houtzagerij.”
Van de verstoorde relatie blijkt ook in de notulen van de Gereformeerde kerkeraad. Er vinden regelmatig pogingen plaats om vader en zoon te verzoenen. De kwestie is zelfs aanleiding dat vader Sjoer en zijn gezin in febr. 1910 de kerk verlaten. Zoon Gerard Bastiaan, die toen al diaken was, wordt kort daarna ouderling en scriba van de kerkeraad. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1932 staat hij nummer drie op de lijst van de Anti-Revolutionaire Kiesvereniging.
De Sjoers in Veenendaal hebben – gezien deze familie-onmin – dus weinig contact gehad met de broers van Cornelis’ vader. Toch kan hij wel enig licht laten schijnen op de verdere levensloop van Martinus Gerard. “Er zijn hier eens mensen uit Amerika geweest. Die wisten te vertellen dat oom Martinus er zeer welvarend was geworden en een grote drukkerij had. Meer weet ik er niet van, behalve dat hij zijn naam veranderd had, want Sjoer was natuurlijk geen naam die je in het Engels kon uitspreken.”
Daarmee is dan toch een tipje van de sluier van het nog altijd niet geheel opgeloste raadsel rond deze Culemborgse ansichtkaartenuitgever opgelicht.

kaart-tollenstraat-goedk-bazar-zwier-1919

Een fraaie ansichtkaart van de Tollenstraat – uitgave Goedkoope Bazar, verzonden in 1919 (collectie Zwier van de Schagt): bij het zonnescherm de winkel van Sjoer

Dit artikel is eerder verschenen in Briefkaart, Bulletin van de Betuwse Kring van Prentbriefkaartverzamelaars, nr. 46 – september 2016, p.19-22.

Reageren is niet mogelijk